Categorieën:
Klant: Rekenkamer van de gemeente Wageningen
Rekenkameronderzoek Wageningen

HET ONDERZOEK

Naar aanleiding van vragen uit de gemeenteraad van Wageningen wilde de Rekenkamer van de gemeente Wageningen meer inzicht verkrijgen in de wijze waarop het Wageningse proces tot vaststelling van bestemmingsplannen in het recente verleden is verlopen en hoe deze in de toekomst zo efficiënt mogelijk zou kunnen verlopen, en waarbij de invloed van de gemeenteraad en de burgers daarop optimaal is. Ook leefde er de vraag binnen de gemeenteraad of de Wageningse bestemmingsplannen wel voldoende flexibel zijn. Daarom diende ook te worden onderzocht of de flexibiliteit van de bestemmingsplannen van de gemeente Wageningen van voldoende kwaliteit was en of deze kon worden verbeterd. De Rekenkamer van Wageningen heeft daarop aan Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling B.V. opdracht verleend om het onderzoek uit te voeren. Dit, in nauwe samenwerking met de Rekenkamer.

Het onderzoek beperkte zich tot een selectie van tien bestemmingsplannen en de gemeentelijke structuurvisie.

Onderscheiden zijn globale en gedetailleerde bestemmingsplannen, waarbij is vastgesteld dat globale bestemmingsplannen flexibeler zijn dan gedetailleerde bestemmingsplannen. In het onderzoek zijn ook de verschillende types van flexibiliteit onderscheiden, namelijk;

  • intrinsieke flexibiliteit;
  • binnenplanse flexibiliteit; en
  • buitenplanse flexibiliteit.

De wijze van de totstandkoming van de bestemmingsplannen te Wageningen is uitgebreid beschreven in de Nota van Bevindingen, een onderdeel van het onderzoeksrapport.

OMGEVINGSWET

Bij het begin van het onderzoek was al wel duidelijk dat de nieuwe Omgevingswet haar schaduwen vooruit zou werpen en in meer of mindere mate van belang zou zijn voor het onderzoek. Wij konden er bij het onderzoek naar de totstandkomingsprocedures en naar de mate van flexibiliteit niet omheen.

In de Omgevingswet zullen vele – zo niet alle – regels over de fysieke omgeving worden geregeld. Deze wet is dus een veel bredere wet dan bijvoorbeeld de Wet ruimtelijke ordening (Wro) of de Wet milieubeheer (Wm).

De vooruitgeworpen schaduwen van de Omgevingswet hebben vooral betrekking op de onderwerpen flexibiliteit en participatie, en dit waren ook de kernonderwerpen van het rekenkameronderzoek. Een rekenkameronderzoek richt zich van nature op het verleden, maar bij dit onderzoek kon een blik op de nabije toekomst niet worden gemist. De toekomst van de Omgevingswet raakt zo het verleden.

Een belangrijke doelstelling van de Omgevingswet is om de flexibiliteit in de ruimtelijke plannen en met name in het nieuwe “Omgevingsplan”, dat in de plaats komt van het “Bestemmingsplan”, sterk te verbeteren. Nieuwe instrumenten zullen de gemeenten daarbij behulpzaam zijn: in de eerste plaats het sterk verbeteren van de “intrinsieke flexibiliteit”, en daarnaast het gebruik maken van nieuwe flexibiliteitsinstrumenten als “maatwerkvoorschriften”, “het gelijkwaardigheidsprincipe”, en de “experimenteerbepaling”. De laatste drie instrumenten zijn vooral ontleend aan het milieurecht en deze worden deels reeds toegepast in de Crisis- en herstelwet (Chw). De nieuwe flexibiliteitsinstrumenten uit de Omgevingswet zijn uitgebreid in hoofdstuk 5 van de Nota van Bevindingen besproken. Van belang is, dat de gemeente Wageningen reeds experimenteert met meer flexibiliteit, vooruitlopend op de Omgevingswet, met name bij het bestemmingsplan “Binnenstad Wageningen”. Mede om die reden heeft de gemeente dat bestemmingsplan aangemeld voor de 12e tranche van de Crisis- en herstelwet (Chw).

Een ander belangrijk speerpunt van de Omgevingspunt is een sterk verbeterde participatie in een zo vroeg mogelijk stadium van een project of van een omgevingsplan (het vroegere bestemmingsplan). Deze vroegtijdige participatieverplichting is ontleend aan de lessen die zijn getrokken uit het onderzoek van de zogenoemde Commissie Elverding (zie het Adviesrapport Commissie Elverding, “Sneller & Beter”). De Commissie Elverding adviseerde over de versnelling van de besluitvorming van infrastructuur projecten, maar het advies van deze commissie wordt breder toegepast. Van belang hierbij is dat de gemeente Wageningen nu reeds experimenteert met vroegtijdige participatie, namelijk bij de voorbereiding van het bestemmingsplan “Binnenstad Wageningen”. Ook om die reden heeft de gemeente dat bestemmingsplan aangemeld voor de 12e tranche van de Crisis- en herstelwet. Het onderwerp “participatie en de Omgevingswet” is verder uitgebreid besproken in hoofdstuk 6 van de Nota van Bevindingen.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Er zijn in het onderzoeksrapport aanbevelingen gedaan. Deze aanbevelingen zijn in vier thema’s verdeeld: “Participatie”, “Procedureel”, “Beleid”, en “Omgevingswet en Flexibiliteit”.

Voor wat betreft het thema “Participatie” wordt in de aanbevelingen met name de hoop gevestigd op het “bestemmingsplan met verbrede reikwijdte” dat wordt opgesteld voor de binnenstad van Wageningen. In het proces dat moet leiden tot dit nieuwe bestemmingsplan wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden, die de Crisis en herstelwet, vooruitlopend op de nieuwe Omgevingswet, biedt. Het idee achter de geformuleerde aanbevelingen omtrent de “Participatie” is om hieruit lering te trekken vanuit het verleden voor de toekomst. Daarnaast wordt aanbevolen om de huidige beleidsnotitie “Burgerparticipatie. We doen het samen met de stad” uit 2013 te doen vervangen door een nieuwe beleidsnotitie over participatie met daarin een belangrijke rol voor de bestemmingsplanprocedures. Hierbij zou de toekomstige Omgevingswet nu reeds het kader moeten vormen voor deze nieuwe beleidsnotitie.

Onder het thema “Procedureel” wordt een aantal aanbevelingen gedaan om de totstandkomingsprocedures van de bestemmingsplannen te doen verbeteren. Aanbevolen wordt om bijvoorbeeld te onderzoeken of het werken met de Kadernota (of Nota van Uitgangspunten) nog steeds een optimale werkwijze is. De vraag is of deze wijze van werken past in het stramien “sneller en beter” waar de toekomstige wetgeving met betrekking tot ruimtelijke planvorming vanuit gaat. Ook wordt aanbevolen om door het college van B&W een standaardhandboek bestemmingsplannen te doen laten opstellen en om een intern werkproces te doen vaststellen voor het totstandkomingsproces van de bestemmingsplannen om daardoor dit proces beter te stroomlijnen. Uit de gehouden werksessies kwam naar voren dat ondanks de advertenties in het blad “de Stad Wageningen” en de digitale “Nederlandsche Staatscourant” en het gebruik maken van de gemeentelijke website de informatievoorziening van de bekendmakingen richting de burgers toch niet als optimaal wordt ervaren. Aanbevolen is om dit te verbeteren.

Een opvallend punt – hoewel het onderwerp enigszins buiten de onderzoeksopdracht is gelegen – dat tijdens de gehouden werksessies naar voren kwam, is dat er geen vastgesteld beleid binnen de gemeente Wageningen aanwezig was met betrekking tot “de natuur”, “het milieu”, en “groen” in relatie tot de ruimtelijke ordening. In de toelichtingen van de bestemmingsplannen is daarom ook niet naar gemeentelijk beleid in deze verwezen. Wij vonden dit een opvallend punt, gezien het feit dat de belangrijkste universiteit in Nederland op het gebied van natuur en milieu, de Wageningen Universiteit en Researchcentrum (Wageningen UR), zich binnen de poorten van, de vroegere vestingstad, Wageningen bevindt. De onderzoekers kunnen zich niet geheel aan de indruk ontrekken dat we hier wellicht te maken hebben van de wet van de remmende voorsprong; “er is binnen Wageningen een overstelpende kennis van de natuur en het milieu aanwezig zodat het niet noodzakelijk lijkt om daarvan samenvattingen te geven in gemeentelijke beleidsnotities?”. Vergeleken met andere gemeentes in Nederland heeft Wageningen een omgeving met een zeer grote natuurlijke rijkdom, maar waarbij andere gemeentes met zeer weinig (overgebleven) natuur uitgebreide beleidsnota’s hebben vastgesteld, is dat in Wageningen paradoxaal genoeg niet het geval. Een eerder onderzoek van de Rekenkamer van de gemeente Wageningen “Samen bloeien. Een onderzoek naar de relatie tussen de gemeente Wageningen en de Wageningen UR” van mei 2013 bevatte de aanbeveling om als gemeente en universiteit meer te gaan samenwerken. Op welk gebied zou dat beter kunnen dan bij de beleidsterreinen met betrekking tot natuur en milieu?

In een vierde thema zijn aanbevelingen gedaan met betrekking tot de nabije toekomst, waarbij de nieuwe Omgevingswet van kracht zal worden in 2019. Deze wet werpt – zoals eerder gezegd – haar schaduwen vooruit, met name over de kernonderwerpen van het onderhavige onderzoek “flexibiliteit” en “participatie”. Aanbevolen hierbij is, om ten eerste de lessen die kunnen worden getrokken uit het totstandkomingsproces van de bestemmingsplannen “Rijnhaven – Costerweg Wageningen” en “Binnenstad Wageningen”, die op grond van de Crisis- en herstelwet worden opgesteld en die dus vooruitlopen op de Omgevingswet, goed te evalueren, en te beschrijven, en deze lessen te gebruiken bij het opstellen van nieuwe bestemmingsplannen en bij het toekomstige Omgevingsplan voor de gehele gemeente. Verder wordt aanbevolen om nu al aan de slag te gaan met de nieuwe Omgevingswet, dus nu al “sneller en beter”.

Bent u op zoek naar een adviseur voor uw project?